Ik ben een freezer!

 

‘Ik heb nooit begrepen waarom jullie daar zijn gaan wonen,’ verzuchtte een vriendin van mij.

‘Nou,’ zei ik, ‘dat kwam zo.’

We waren met de camper in Noord-Frankrijk aan het rondtoeren om te kijken of Mark daar iets van zijn roots kon terugvinden. Zijn vader was tenslotte een Fransman, geboren uit een Franse gravin en een Engelse diplomaat.

Afijn, we zochten het familiechâteau, maar kwamen terecht op een uiterst charmante familiecamping met een klein vismeertje.

De christelijke eigenaars hadden het vanuit een mooi standpunt opgezet. Ze gaven vrije plekken en onderdak aan de minstbedeelden in Engeland en die mochten hier dan vrij kamperen. De eigenaar speelde ukelele en de mevrouw kookte eens in de zoveel tijd. Dan kon je je daarvoor inschrijven en aan de grote tafel mee-eten. Het Little House on the Prairie-gehalte was hoog.

Knus, kneuterig en gezellig, dachten we.

Tot onze verbazing was het gezelschap heel gemêleerd. Mark was al snel in gesprek met een aantal leden van de Royal Shakespeare Company en ik zat tussen twee landschapsarchitecten in.

‘Kijk,’ sprak ik tegen hen, ‘dat zou ik nou ook wel willen: verhuizen naar een ander land, een mooi stukje grond, een meertje enzovoort,’ mijmerde ik verder, om te eindigen met: ‘Maar de Engelsman wil niet nog een keer naar een ander land verhuizen. Dat begrijp ik wel.’

‘Nou,’ onderbrak de architect mij, ‘dan heb je je Engelsman nog nooit meegenomen naar Friesland. Wij zijn landschapsarchitecten bij Lauwersoog en ik kan je vertellen dat Friesland prachtig is.’

Ik knikte met volle mond, terwijl hij mij foto’s van het natuurgebied liet zien. Hij vertelde hoe stil en hoe donker het er was, dat je de sterren kon zien, dat de lucht ’s nachts echt zwart was en dat de Melkweg zich daar liet zien.

Ik was geboeid. De Melkweg...

Terwijl hij door zijn foto’s scrolde, kreeg ik een aantal berichtjes van een vriendin binnen. Foto’s.

‘Wat leuk,’ appte ik terug. ‘Jullie zijn hier ergens in de buurt, zie ik aan de foto’s. Kom gezellig langs, we zitten op zo’n leuke plek.’

Zij reisden ook met de camper rond.

‘Nee,’ appte ze terug, ‘wij zijn met de camper in Friesland. Dat is een heel ander land.’

‘Nou,’ zei ik tegen Mark, ‘dat is geen toeval. Twee keer achter elkaar valt op één avond Friesland.’

Ik was er nog nooit geweest, had nog nooit over Friesland nagedacht. Terwijl we toch, toen Mark net in Nederland was, met vrienden Nederlanderdagjes deden: de Zaanse Schans, het Waterlooplein, de kaasmarkt, Madurodam en noem maar op. Maar Friesland was nog nooit in mij opgekomen.

Begrijpelijk.

Dus ik zei: ‘Als we thuis zijn, stappen we in de Kever en gaan we eens in Friesland kijken.’

Dat hebben we op een mooie dag gedaan. We reden door het zuiden van Friesland en inderdaad: prachtig. Er was volgens de boeken zelfs een klif, ooit, voordat de Zuiderzee werd dichtgegooid.

Uiteindelijk kwamen we terecht in Hindeloopen. Voor de brug bij het weduwehuisje was een kleine opstopping en stonden we vast. Aangezien het best warm was, stapten we de auto uit. Eenmaal buiten keek Mark verrast om zich heen en vervolgens mij over het dak van de Kever strak  aan. Terwijl hij zijn armen spreidde, zei hij in zijn beste Nederlands:

‘IK BEN EEN FREEZER! IK MOET HIER ZIJN!’

‘Brr,’ zei ik nog grappig, maar hij was serieus.

’s Avonds, weer thuis, keek hij op Funda en zag HET huis. Het vertoonde veel overeenkomsten met een van zijn ouderlijke huizen in Engeland. Groot, met een bordes en land, veel land voor een Goois tutje.

Hij moest kijken en ik moest mee. Ik las over de historische en taalkundige banden tussen Friesland en Engeland. Dat Mark zich blijkbaar met Friesland verbonden voelde, begon ik wel te begrijpen.

Ja, natuurlijk was het een mooi huis. Een heel groot huis. En ja, natuurlijk was het een fantastische tuin, zo ongeveer een hectare. En ja, natuurlijk waren de eigenaren superleuk, het uitzicht was fantastisch en er was vooral veel water om ons heen.

Natuurlijk gingen we dit kopen zonder er lang over na te denken.

‘Ja,’ zei ik tegen mijn ouders, ‘we weten dat we net vier jaar lang ons huis in Bussum hebben verbouwd en dat het eindelijk af is. Maar wacht maar tot je dit hebt gezien.’

Toen ze het huis van binnen en buiten hadden gezien, moest mijn vader even rustig gaan zitten om bij te komen.

‘Ja,’ zei hij, ‘toch nooit gedacht dat een kind van mij zo’n huis zou kopen.’

Over Margreet Blaas

Margreet Blaas is beeldend kunstenaar, Master of Realism, medium, reader en docent. Al meer dan dertig jaar houdt zij zich bezig met kunst, intuïtieve ontwikkeling, mediumschap en bewustzijn. Samen met Mark Falconer Atlee richtte zij in 1999 Nimis Centre of Light op.

In haar columns verbindt zij persoonlijke ervaringen met haar jarenlange praktijk als kunstenaar en docent. Ze schrijft over mensen, dieren, familie, spiritualiteit en de soms wonderlijke situaties van het dagelijks leven. Haar stijl is persoonlijk, observerend en nuchter, met ruimte voor humor en verwondering.

Meer columns van Margreet Blaas