Een beetje Vitamine C

Een persoonlijke column over een gebroken teen, medische verwarring, trance healing en de onverwachte hoofdrol van 500 milligram vitamine C.

Margreet Blaas

Een beetje vitamine C

Ik was bezig aan de afdaling van de trap toen ergens in de binnenbocht mijn linkervoet verfrommelde. Anders kan ik het eigenlijk niet omschrijven. Mijn voet klapte onder mij vandaan en ik begon het laatste stukje naar beneden te glijden. Het was gelukkig niet ver meer. Ik greep mij nog vast aan de trapleuning en terwijl ik daar half aan hing te bungelen, keek ik naar mijn bloedende teen en dacht: goh, dat ziet er vreemd uit.

Nu heb ik vaker een teen gebroken, dus ik wist inmiddels dat ik daarvoor niet de dokter hoefde te bellen. Aan de teen ernaast tapen en dan komt het vanzelf wel weer goed. Alleen kon dat deze keer niet vanwege de diepe snee in mijn teen. Na een paar uur medelijden met mijn eigen situatie en het kloppende gevoel in mijn teen, voet en enkel, zag ik ondertussen mijn hele voet en enkel opzwellen en langzaam veranderen in alle kleuren van de regenboog.

De dagen daarna voelde ik mij vooral een kloppende teen. Je kent dat misschien wel: op een gegeven moment klopt zo'n teen niet alleen meer in je voet, maar ook in je oren, in je neus en achter je ogen. Alles is teen.

Na twee weken hinkelen dacht ik toch: dit is niet oké. Ik kon geen schoen aan, geen sokje verdragen en sterker nog, als de wind erlangs blies, deed het al pijn. Na wat heen-en-weergebel met de huisartsenpraktijk — of ik het nu écht nodig vond om met een gebroken teen naar een dokter te gaan, vroeg de assistente — mocht ik uiteindelijk toch naar de vakantiepost.

De meneer de dokter vond het ook wel uitzonderlijk pijnlijk en het leek hem verstandig om toch wat foto's te laten maken. In het ziekenhuis waren we snel aan de beurt, de foto's werden gemaakt en daarna mocht ik in de wachtkamer wachten op de radioloog.

Die kwam niet.

Wel kwam er een mevrouw met de uitslag die midden in de volle wachtkamer nogal triomfantelijk riep:

'We hebben de boosdoener gevonden!'

'Mooi,' dacht ik.

'Niets aan de hand, mevrouw. De kleine teen is gebroken, vlak voor het middenvoetsbeentje.'

'Nou,' zei ik, 'dat lijkt mij toch iets.'

Niet iets waar ze iets mee deden.

Ik probeerde uit te leggen dat inmiddels mijn hele voet pijn deed en dat het mij eigenlijk wel fijn leek als er misschien iets gefixeerd kon worden, omdat ik staand werk wanneer ik schilder. Maar nee, de Eerste Hulp had het druk genoeg en die gingen ze voor zoiets niet extra lastigvallen.

'En wat denkt u dat dat allemaal kost?' voegde ze er bijtend aan toe.

Een stevig schoentje aantrekken, of anders een paar sneakers een maatje groter kopen, dan kwam het vanzelf goed. Ik had bijna het gevoel dat ik haar om extra zakgeld moest vragen voor die felbegeerde sneakers.

Ik begon nog iets te zeggen, maar ze snoerde mij de mond met de mededeling dat ik voor verdere vragen maar bij mijn dokter moest zijn. Hier was niet de juiste plek voor dit soort vragen. Ze keek nog even gezaghebbend rond in de overvolle wachtkamer, keerde zich op haar hakken om en liep zonder om te kijken weg. In mijn hoofd klikten haar hakken tegen elkaar toen ze zich omdraaide. Het galmde nog even na.

Na haar vertrek was het doodstil geworden in de wachtkamer en waren er heel wat meewarige blikken op mijn voet gericht. Volgens mij zag ik mensen vertrekken. Daar zat ik dan in mijn rolstoel, mijn voet vooruit, met mijn mond vol tanden en nog steeds die kloppende teen.

Mark had inmiddels zijn eigen lolletje in de situatie gevonden door mij in zo'n ziekenhuisrolstoel rond te rijden. Je moet weten dat Mark het helemaal niet zo goed doet in ziekenhuizen, maar dat is een verhaal voor een volgende keer. Ik zei nog: 'Hier kan ik eigenlijk wel aan wennen, dat koninklijk rondgereden worden', totdat hij mij richting zo'n automatisch ronddraaiende deur duwde en ik onmiddellijk allerlei aanzienlijk ernstiger scenario's voor mij zag waarbij we misschien wél toestemming zouden krijgen om de Eerste Hulp te belasten.

Weer thuis begon het bellen en wachten opnieuw. 'U bent derde in de wachtrij.' Eindeloze, veel te hard spelende muzakjes, weer wachten en vervolgens heen en weer praten met de telefoonmevrouw van de vakantiepost; het duurde eindeloos voordat ik uiteindelijk permissie kreeg van de assistente om toch zelf met de dokter te spreken.

'In dit geval kunnen we niets doen, mevrouw. Ik raad u aan op YouTube de filmpjes op te zoeken waarin wordt uitgelegd hoe u buddy tape moet aanbrengen.'

Ik probeerde nog uit te leggen dat mijn hele voet inmiddels gezwollen was, dat ik er nauwelijks op kon staan en dat het gewoon voelde alsof er meer aan de hand was, maar dat trok volgens de dokter allemaal wel weer bij.

'Deze week niet stofzuigen en niet koken. Laat uw man dat maar doen.'

Haha, dacht ik. Ik kook al nooit. Mark is een uitstekende kok en werd opgeleid door zijn vader, die chef-kok was en een restaurant in Parijs had. En schoonmaken is sowieso niet bepaald mijn sterkste punt.

Maar de opmerking over mijn man bracht mij onmiddellijk terug bij mijn vader. We zaten een keer op het einde van de middag een biertje te drinken bij mijn ouders toen ik tegen Mark zei: 'We moeten nu echt naar huis, schat, want je moet nog koken.'

Mijn vader ontplofte bijna.

'Eer ik mij dat liet zeggen!'

Hij keek woest naar mij.

'Ik weet het,' zei ik. 'Jij bent de man die er trots op is dat hij nog nooit een ei heeft gekookt.'

'Wat een onzin,' brieste hij. 'Ik maak ook koffie.'

Afijn, dit terzijde.

Na nog eens twee weken — we waren inmiddels vier weken verder — liep ik nog steeds te hinkelen en waren de klachten nauwelijks veranderd. Ik besloot dus wederom de huisarts te bellen. Nadat ik opnieuw had uitgelegd wat er aan de hand was en dat ik het inmiddels toch echt nodig vond dat iemand naar die voet keek, vond de assistente dat nog steeds een onzinnig plan.

'U kunt natuurlijk ook zelf even op YouTube kijken,' zei ze. 'Of ik doe het u even voor.'

Ik legde uit dat we het stadium hoe tape ik een gebroken teen inmiddels wel voorbij waren. Uiteindelijk mocht ik dan toch komen. Ze zuchtte er nadrukkelijk bij.

Ook deze dokter bleek een vervanger. Na twee jaar heb ik mijn eigen huisarts nog nooit gezien, maar goed, ik vertelde het hele verhaal nog een keer. De dokter luisterde, draaide zich naar haar computer en begon te typen.

'Uw foto's staan niet in het dossier. Die zijn naar de vorige huisarts gestuurd.'

Ze zuchtte.

'Ja, daar kan ik niets mee.'

Ze keek mij nauwelijks aan en vertelde mij dat ik waarschijnlijk hoogsensitief voor pijn was. Daardoor kon het hele gebied beïnvloed worden en zou er een soort pijnsyndroom zijn ontstaan.

Er werd nog wat getypt. Ik vermoed ChatGPT. Ondertussen keek ik naar mijn gezwollen voet.

Vervolgens las ze mij voor dat het slikken van 500 milligram vitamine C per dag gedurende vijftig dagen de kans op het ontstaan van posttraumatische dystrofie, oftewel Complex Regionaal Pijnsyndroom, na een polsbreuk aanzienlijk zou kunnen verkleinen.

'Het is mijn teen,' zei ik. 'En inmiddels mijn hele voet, mijn enkel en een bal onder mijn voet. Misschien kunt u even naar mijn voet zelf kijken?'

Dat vond ze eigenlijk wel een goed idee.

Na wat voorzichtig prikken en duwen leek het haar ineens verstandig om nog meer foto's te laten maken, want misschien was mijn enkel toch ook wel gebroken.

Dat leek mij sterk, zei ik. Het voelde alsof alles in mijn voet door elkaar lag en door de zwelling kon ik dat stevige schoentje dus helemaal niet aan. Het zogenoemde tapen was inmiddels ook nauwelijks meer mogelijk, zeker niet na vier weken heen en weer hobbelen.

Maar toch: ik moest en zou voor meer foto's naar het ziekenhuis.

Daar keken ze wat vreemd op van de herhaling van het hele gebeuren, maar dit keer moest ook mijn enkel op de foto.

'Misschien gebroken,' mompelde ik wat vaag tegen de röntgenmeneer.

Hij schudde zijn hoofd. Ik hoefde deze keer niet op de uitslag te wachten, zei hij. Het wachtkamerspektakel kon godzijdank worden overgeslagen; daarvoor duurde het allemaal al veel te lang. De volgende route was terug naar de huisarts en daarna, afhankelijk van de situatie, naar de chirurg of orthopeed.

Ik zou de volgende dag door de huisarts worden gebeld met de uitslag.

Niet dus.

Na vijf dagen belde mevrouw de dokter 's avonds om te vragen hoe het ging.

'Hetzelfde.'

En de foto's?

Ook hetzelfde.

'Gelukkig is de enkel niet gebroken,' sprak ze opgewekt.

Eigenlijk niets aan de hand dus.

En nu?

Ja, dat was complex. Ze wist het eigenlijk ook niet zo goed.

'Maar u slikt toch wel de 500 milligram vitamine C?'

Het was allemaal een beetje te complex geworden, zei ze, dus ze zou mij doorsturen naar de orthopeed.

'Nou,' zei ik tegen Mark, 'niks aan de hand dus. Vitamine C slikken, alles vasttapen, stevig schoentje aan, niemand lastigvallen, want wat denk je wel niet wat dat allemaal kost, er zijn ergere dingen op deze wereld en een beetje gezonde Hollandse meid kan dan gewoon doorlopen.'

Mark keek naar mijn voet.

'Dan ga ik er maar mee aan de slag.'

Je weet hoe dat gaat als je met een healer samenwoont. Het is ongeveer hetzelfde als bij de timmerman thuis: voor een ander is er altijd tijd, maar thuis blijft het klusje liggen.

Tijdens de trance healing kwam er een heel ander verhaal naar voren. De voet, zo werd door de healer die via Mark sprak uitgelegd, is een ingewikkeld bouwwerk van 26 botten, 33 gewrichten en een enorme hoeveelheid spieren, pezen en gewrichtsbanden die met elkaar moeten samenwerken om ervoor te zorgen dat wij er tamelijk achteloos op kunnen staan en lopen.

'Kijk,' zei de healer, 'door die vreemde draai heeft je voet iets moeten doen wat hij helemaal niet kan.'

Volgens hem waren er een aantal kleine botjes gescheurd die op de foto's niet waren gezien, was mijn enkel verdraaid, was de pees onder mijn voet gescheurd en inmiddels ontstoken en hadden de kleine gewrichtjes een beweging moeten maken waarvoor ze niet bedoeld waren, waardoor ook de gewrichtsbanden flink waren uitgerekt.

Dat was in ieder geval een stuk uitgebreider dan: uw teen is gebroken, stevig schoentje aan.

Mark ging aan het werk en na drie healings verdween de pijn en liep ik weer.

Of de radioloog iets gemist had en wat er precies allemaal in mijn voet beschadigd was, wist ik niet. Wat ik voor mijzelf wel wist, was dat de healing het verschil had gemaakt. Na weken hinkelen, twee rondes foto's, meerdere dokters, YouTube, buddy tape, een mogelijk pijnsyndroom, een mogelijke gebroken enkel en een verwijzing naar de orthopeed liep ik na drie healings weer.

Kan natuurlijk inmiddels ook door de vitamine C zijn gekomen.

Over Margreet Blaas

Margreet Blaas is beeldend kunstenaar, Master of Realism, auteur, medium, reader en docent. Al meer dan dertig jaar houdt zij zich bezig met kunst, intuïtieve ontwikkeling, mediumschap en bewustzijn. Samen met Mark Falconer Atlee richtte zij in 1999 Nimis Centre of Light op.

In haar columns verbindt zij persoonlijke ervaringen met haar jarenlange praktijk als kunstenaar, medium en docent. Ze schrijft over spiritualiteit en het dagelijks leven zoals zij die zelf waarneemt en beleeft: onderzoekend en nuchter, met verwondering, humor en ruimte voor een kritische blik.

Meer columns van Margreet Blaas

Persoonlijke verhalen en observaties over spiritualiteit, familie, kunst en het dagelijks leven — soms verwonderd, soms kritisch en regelmatig met een beetje zelfspot.