
De oude
Commotie. Buiten. Het waaide via het openstaande raam naar binnen: lawaai, drukte, pratende mensen.
Ik hoorde het wel, maar kon niets zien. Mijn klant liep net naar binnen. En ik moest het raam sluiten. Wat er ook aan de hand zou zijn, het moest wachten tot na de reading.
Toen ik na mijn sessie op de oprit stond om de klant uit te zwaaien, zag ik grote bedrijvigheid bij het weiland. Er stonden veel mensen bij het open hek. Ik kon niet zien wat er gaande was. Hopelijk niks aan de hand met onze koeien. We waren erg aan ze gehecht geraakt. Regelmatig bracht ik ze een appeltje. Die ze nooit wilden. Ze bleven op afstand. Ik werd aangestaard. Voor mijn gevoel altijd een beetje meewarig. Van hun verzorger Mario accepteerden ze wel het appeltje. Dagelijks. En het koekje.
‘Waar is dat nieuwe gebouw van jullie nou precies in Baarn?’ vroegen klanten in het begin. ‘Nou, je weet wel, daar bij onze koeien,’ zeiden wij altijd tegen klanten. Een beetje trots. Een park, een vijver, koeien in je voortuin, wat wil je nog meer als spiritueel centrum.
In werkelijkheid waren het natuurlijk helemaal niet onze koeien. Er stonden drie Schotse hooglanders in de wei. Een rustige, fijne en vooral kolossale aanwezigheid. Meestal als ik aankwam op het werk, lagen ze al wat te herkauwen en voor zich uit te staren, loom zwaaiend met hun staarten.
Eigenlijk zoals wij dat misschien ook wat vaker zouden moeten doen. Dacht ik vaak als ik ze zag. Alles nog eens overdenken en er rustig op kauwen. Een beetje voor je uit staren. Niet alles hap, slik, weg.
Er stond een bankje tegenover de wei. Daar zaten vaak mensen gewoon naar de koeien te kijken. Verder niks.
Geeft rust, denk ik.
Wij moeten ervoor mediteren.
Zo kun je het blijkbaar ook leren.
Maar die middag, toen ik op de oprit stond, ving ik een glimp op van hun verzorger, vandaag in het grijs gekleed, terwijl hij er normaal kleurrijk bij liep.
Helaas moest ik verder. De volgende klant kwam. Ik had geen tijd om erover te piekeren wat er gaande was. Het voelde niet goed. Dat wel.
Toen ik die ochtend was komen aanrijden, was er nog niets bijzonders te zien geweest. De drie lagen er gemoedelijk bij, zoals altijd.
Tot Mario kwam.
Mario is hun kleurrijke en eeuwig vrolijke verzorger. Hij zag dat de grootste hooglander er op een vreemde manier bij zat. Uiteindelijk heeft hij hem samen met de dierenarts overeind gesjord.
Maar de hooglander was er klaar mee.
Twintig jaar en vier maanden oud.
Hij wilde ook van Mario geen appeltje meer. Het voorgehouden koekje kon hem ook niet meer verleiden. Hij zakte weer door zijn hoeven en kon niet meer opstaan.
Op 18 april was hij twintig geworden. We hebben even bij hem staan zingen. Het interesseerde hem niets, de dames keken ons verstoord en eigenlijk medelijdend aan.
Wij wuifden later nog even vanaf het balkon naar onze koning in de wei.
Hij heette trouwens niet Willem.
Hij heette Der Alte.
De Oude.
Der Alte laat twee ruziënde dames achter: Mario en Maria. Ze zijn allebei vernoemd naar hun lieve verzorger. Sinds zijn dood kunnen ze het niet meer zo goed met elkaar vinden.
Het was de oude die ze bij elkaar hield.
Ik ken dat van de kippen, maar zelfs bij koeien werkt het zo blijkbaar.
Toen we die dag naar huis gingen, reden we langzaam langs de weide. Wat een leegte zonder de imposante os. Misschien was het teken er al op zijn verjaardag geweest, toen hij niet van de speciale koeientaart wilde eten, wat hem vorig jaar nog wel in de smaak viel.
Ik zag dat er bloemen en een kaartje waren neergelegd. Mensen waren gestopt om hun steun te betuigen. Het troostte mij.
Wij besloten die avond een borrel op hem te drinken en ook zijn verzorger te eren, die inmiddels zelf een traantje had weggepinkt in de kroeg.
Gelukkig heeft de stichting bepaald dat er altijd drie Schotse hooglanders in de wei moeten staan. Alleen accepteren de dames niet zomaar een nieuwe volwassen hooglander.
En aangezien onbevlekte ontvangenis de laatste tijd toch al weinig voorkomt, en al helemaal niet bij koeien, hebben ze bedacht dat een van de dames gedekt kan worden.
De verzorger is ook blij met het idee. Een koe die kalft geeft melk en van die melk gaat Mario dan weer ijs maken.
Van dat idee wordt mijn hart weer warm.
Straks misschien een kalfje erbij in de wei.
Een kleintje dat nog niets hoeft te overdenken.
Alleen maar een beetje naast zijn moeder hoeft te staan.
En wij weer op het balkon en de mensen op het bankje.
IJsje eten. Kijken.
Zonder te mediteren.
Over Margreet Blaas
Margreet Blaas is beeldend kunstenaar, Master of Realism, medium, reader en docent. Al meer dan dertig jaar houdt zij zich bezig met kunst, intuïtieve ontwikkeling, mediumschap en bewustzijn. Samen met Mark Falconer Atlee richtte zij in 1999 Nimis Centre of Light op.
In haar columns verbindt zij persoonlijke ervaringen met haar jarenlange praktijk als kunstenaar en docent. Ze schrijft over mensen, dieren, familie, spiritualiteit en de soms wonderlijke situaties van het dagelijks leven. Haar stijl is persoonlijk, observerend en nuchter, met ruimte voor humor en verwondering.