Moet je kunnen tekenen om te leren schilderen?

Waarom je direct met verf kunt beginnen

Geschreven door Margreet Blaas

‘Ik zou heel graag willen leren schilderen, maar ik kan helemaal niet tekenen.’

Het is misschien wel de opmerking die ik het vaakst hoor van mensen die voor het eerst bij mij in het atelier komen.

Veel mensen denken dat zij eerst goed moeten leren tekenen voordat zij met schilderen mogen beginnen. Alsof tekenen de toegangspoort is en schilderen pas daarna komt.

Mijn antwoord is eenvoudig:

Nee, je hoeft niet te kunnen tekenen om te leren schilderen.

Dat betekent niet dat tekenen onbelangrijk is. Tekenen is een prachtig vak met eigen technieken en mogelijkheden. Het kan je helpen om vormen, verhoudingen en composities beter te begrijpen.

Maar je hoeft niet eerst jarenlang tekenles te volgen voordat je een penseel mag oppakken.

Tekenen en schilderen zijn nauw met elkaar verbonden, maar het zijn niet precies dezelfde vaardigheden. Een goede tekenaar is niet automatisch een goede schilder. En iemand die nauwelijks tekenervaring heeft, kan wel degelijk leren schilderen.

Daarom beginnen we tijdens mijn schilderlessen vanaf de eerste les met verf.

Tekenen en schilderen zijn niet hetzelfde

Bij tekenen werk je meestal met lijnen, contouren, toonwaarden en arceringen. Met potlood, houtskool, krijt of inkt onderzoek je hoe je een vorm zichtbaar kunt maken.

Bij schilderen werk je daarnaast met kleur, verf, penseelstreken, transparantie, dekking, randen en de wisselwerking tussen warme en koele tinten.

Een vorm ontstaat tijdens het schilderen niet alleen door een contour te tekenen. Zij kan ook verschijnen doordat je lichte en donkere kleurvlakken naast elkaar zet.

Neem een appel.

Je kunt eerst een nauwkeurige omtrek tekenen en die vervolgens invullen. Maar je kunt de appel ook opbouwen vanuit de grote vorm, de schaduwzijde en de lichte delen. Door goed te kijken naar de verschillen in kleur en toon ontstaat er langzaam volume.

De achtergrond speelt daarbij eveneens een rol. Door de ruimte rondom de appel te schilderen, kan de rand van de vorm zichtbaar worden.

Je tekent dus niet alleen een appel.

Je schildert hem tevoorschijn.

Dat vraagt om een andere manier van kijken en werken. Je denkt niet uitsluitend in lijnen, maar ook in kleurvlakken, licht, schaduw, temperatuur en ruimte.

Wie nog niet goed kan tekenen, begint daarom niet met een achterstand.

Je begint gewoon aan een nieuwe discipline.

Schilderen begint met leren kijken

Veel beginnende cursisten denken dat zij geen vaste hand hebben. Ze zijn bang dat hun penseelstreken niet precies genoeg zijn of dat zij niet over voldoende talent beschikken.

Maar de grootste uitdaging zit meestal niet in de hand.

Ze zit in de manier waarop we kijken.

Ons brein herkent voortdurend wat zich voor ons bevindt. We zien een peer, een kopje, een bloem of een gezicht en denken onmiddellijk dat we weten hoe het eruitziet.

Tijdens het schilderen blijkt die kennis ons soms juist in de weg te zitten.

We schilderen dan niet wat we werkelijk waarnemen, maar het beeld dat we in ons hoofd van het onderwerp hebben.

Een schilder kijkt daarom anders.

Niet alleen:

Dit is een peer.

Maar:

Hoe breed is deze peer ten opzichte van zijn hoogte?

Waar valt het licht?

Welke kleur heeft de schaduw?

Waar is de rand scherp?

Waar lijkt de vorm bijna in de achtergrond op te lossen?

Welke kleuren zie ik werkelijk, los van wat ik over een peer weet?

Dat aandachtige waarnemen is belangrijker dan het uit je hoofd kunnen tekenen van een perfecte vorm.

Je leert niet schilderen omdat je als kunstenaar bent geboren. Je leert schilderen omdat je leert kijken.

Je hoeft niet uit je hoofd te kunnen tekenen

Wanneer iemand zegt: ‘Ik kan niet tekenen,’ wordt daarmee vaak iets anders bedoeld:

‘Ik kan niet uit mijn hoofd iets maken dat onmiddellijk herkenbaar en overtuigend is.’

Maar dat is ook niet wat ik van een beginnende schilder vraag.

Tijdens de lessen werken we met een onderwerp dat voor ons staat of met een geschikte referentiefoto. We hoeven niet te raden hoe iets eruitziet. We kunnen kijken, vergelijken, meten en opnieuw kijken.

Hoe verhoudt de ene vorm zich tot de andere?

Waar bevindt het hoogste punt zich?

Hoe groot is de ruimte rondom het onderwerp?

Loopt deze lijn werkelijk recht of helt hij een beetje?

Is dit vlak lichter of donkerder dan het vlak ernaast?

Door zulke vragen te stellen, wordt schilderen een onderzoek.

Je hoeft het antwoord niet vooraf te kennen. Je ontdekt het tijdens het werken.

Goed leren schilderen is daarom niet in de eerste plaats afhankelijk van aangeboren tekentalent. Het vraagt aandacht, oefening, geduld en de bereidheid om opnieuw te kijken wanneer iets nog niet klopt.

Hoe krijg je de eerste vorm op het doek?

Natuurlijk moet er aan het begin van een schilderij een eerste opzet komen. Maar ook daarvoor hoef je geen ervaren tekenaar te zijn.

Een schilderopzet hoeft geen volmaakte tekening te worden. Het doel is om de belangrijkste vormen, verhoudingen en richtingen op de juiste plaats te zetten.

Dat kan op verschillende manieren:

  • met enkele dunne lijnen in verdunde verf;
  • door de grote vormen direct als kleurvlakken op te zetten;
  • met eenvoudige meetpunten en hulplijnen;
  • door de ruimte rondom het onderwerp te bekijken;
  • met een raster bij een nauwkeurige overdracht;
  • met een overdrachtstechniek bij een ingewikkeld portret of een complexe compositie.

Deze hulpmiddelen zijn geen vorm van valsspelen.

Kunstenaars gebruiken al eeuwen verschillende methoden om een compositie over te brengen en zorgvuldig op te bouwen. Ook oude meesters maakten gebruik van voorbereidende studies, rasters, kartons, meetmethoden en andere hulpmiddelen.

Het doel is niet om te bewijzen dat je alles uit je hoofd en zonder hulp kunt.

Het doel is om te leren begrijpen wat je ziet en hoe je dat zichtbaar kunt maken.

Schilderen is ook tekenen met verf

Hoewel je niet eerst hoeft te kunnen tekenen, ontwikkel je tijdens het schilderen vanzelf vaardigheden die ook bij tekenen belangrijk zijn.

Je leert verhoudingen vergelijken.

Je leert richtingen herkennen.

Je leert zien waar een vorm begint en eindigt.

Je leert de ruimte rondom het onderwerp onderzoeken.

Je leert eerst naar de grote vormen kijken en kleine details bewaren voor later.

In die betekenis ben je tijdens het schilderen voortdurend aan het tekenen, alleen niet altijd met een potlood.

Je tekent met kleurvlakken.

Met lichte en donkere tonen.

Met penseelstreken.

Met harde en zachte randen.

Met de ruimte tussen twee vormen.

Naarmate je meer schildert, wordt je gevoel voor vorm sterker. Niet omdat je eerst aan alle voorwaarden moest voldoen, maar omdat je deze vaardigheden tijdens het werken ontwikkelt.

De hand leert volgen wat het oog steeds beter leert zien.

Wat tekenen wél aan je schilderkunst kan toevoegen

Tekenen kan een schilder veel bieden.

Het kan je helpen om snel een idee vast te leggen, composities te onderzoeken en ingewikkelde vormen beter te begrijpen. Voor portretten, handen, figuren en perspectief kan tekenvaardigheid bijzonder waardevol zijn.

Een korte schets kan bovendien helpen om eerst naar de grote lijnen te kijken voordat je met kleur begint.

Maar er is een belangrijk verschil tussen:

Tekenen kan je helpen om beter te schilderen.

en:

Je moet eerst goed kunnen tekenen voordat je mag schilderen.

Het eerste is waar.

Het tweede niet.

Tekenen is een vaardigheid die je naast het schilderen kunt ontwikkelen. Het is geen examen dat je eerst moet halen.

Ook hoeft tekenen niet altijd een apart onderdeel te zijn. Je kunt tijdens het schilderen leren meten, vormen vergelijken en verhoudingen corrigeren. Zo groeien je tekenvaardigheid en schildervaardigheid samen.

Moet de eerste opzet perfect zijn?

Beginnende schilders besteden soms veel tijd aan het maken van een uiterst nauwkeurige voortekening. Zodra die eindelijk klopt, ontstaat er een nieuw probleem: ze durven er bijna niet meer overheen te schilderen.

Dat is begrijpelijk, maar een schilderij hoeft niet volledig vast te liggen voordat de eerste kleur op het doek verschijnt.

Een opzet geeft richting. Zij is geen gevangenis.

Tijdens het schilderen kunnen vormen nog veranderen. Een rand kan worden verplaatst. Een verhouding kan worden gecorrigeerd. Een achtergrond kan een vorm smaller of breder maken. Een donker vlak kan opnieuw worden opgebouwd en een lichte partij kan later worden toegevoegd.

Verf is beweeglijk.

Een schilderij ontstaat laag voor laag en beslissing voor beslissing.

Dat betekent niet dat nauwkeurigheid onbelangrijk is. Het betekent dat nauwkeurigheid tijdens het hele schilderproces verder kan worden ontwikkeld.

Je hoeft dus niet eerst een perfecte tekening te maken.

Je moet vooral blijven kijken.

Wat leer je tijdens schilderlessen?

In mijn lessen beginnen we niet met de verwachting dat iemand onmiddellijk een volmaakt schilderij maakt.

We beginnen met overzichtelijke onderwerpen. De moeilijkheid wordt stap voor stap opgebouwd, zodat je begrijpt wat je doet en waarom je het doet.

Je leert onder andere:

  • een onderwerp vereenvoudigen tot grote vormen;
  • verhoudingen vergelijken en controleren;
  • licht en donker van elkaar onderscheiden;
  • kleuren mengen die werkelijk bij het onderwerp passen;
  • warme en koele kleuren herkennen;
  • volume opbouwen met toonwaarden;
  • harde en zachte randen gebruiken;
  • een schilderij in logische stappen opbouwen;
  • kijken voordat je een penseelstreek zet;
  • fouten herkennen en herstellen.

Juist dat laatste is belangrijk.

Schilderen is geen proces waarin alles onmiddellijk goed moet gaan. Een vorm kan worden aangepast. Een kleur kan worden veranderd. Een rand kan worden verzacht en een gedeelte kan opnieuw worden opgebouwd.

Een schilderij ontstaat door voortdurend te kijken, te vergelijken en keuzes te maken.

Je hoeft dus niet binnen te komen met de vaardigheden die je juist komt leren.

Talent is niet het beginpunt

Mensen die gemakkelijk tekenen of schilderen, lijken soms over een vanzelfsprekend talent te beschikken.

Maar wat je aan de buitenkant ziet, is vaak het resultaat van jarenlang kijken, oefenen, mislukken, corrigeren en opnieuw beginnen.

Aanleg kan iemand helpen. Maar aanleg neemt de plaats van oefening niet over.

Andersom geldt hetzelfde: wanneer iets je aan het begin niet gemakkelijk afgaat, betekent dat niet dat je het niet kunt leren.

Een beginnende schilder hoeft niet te bewijzen dat hij talent heeft.

Hij hoeft alleen bereid te zijn om aandachtig te werken en stap voor stap nieuwe vaardigheden te ontwikkelen.

In mijn lessen zie ik regelmatig dat cursisten veel meer kunnen dan zij zelf hadden verwacht. Zodra de druk om meteen iets moois te maken afneemt, ontstaat er ruimte om werkelijk te leren.

Dan wordt een fout niet langer het bewijs dat je niet kunt schilderen.

Het wordt informatie.

Misschien is de vorm te breed.

Misschien is het lichtste gedeelte nog niet licht genoeg.

Misschien is de achtergrond te donker of is een rand te scherp.

Zodra je kunt onderzoeken wat er niet klopt, kun je het ook leren veranderen.

Van presteren naar waarnemen

Achter de uitspraak ‘Ik kan niet tekenen’ zit regelmatig onzekerheid.

Wat als het niet lijkt?

Wat als anderen beter zijn?

Wat als ik geen talent heb?

Wat als ik fouten maak?

Maar schilderles is geen wedstrijd.

Iedere cursist brengt een eigen tempo, ervaring en manier van kijken mee. De een mengt gemakkelijk kleuren, terwijl een ander snel verhoudingen ziet. De een werkt voorzichtig en de ander begint vol enthousiasme met een veel te groot penseel.

Ook dat hoort erbij.

Je hoeft niet goed te zijn voordat je begint. Je begint juist om iets te leren.

Wanneer je minder bezig bent met het eindresultaat, ontstaat er ruimte om het onderwerp werkelijk te onderzoeken. Je ontdekt dat een schaduw niet alleen donker is. Dat wit uit verschillende kleuren kan bestaan. Dat een kleine verandering in toonwaarde een vorm volume geeft.

De aandacht verschuift dan van presteren naar waarnemen.

Daar begint het werkelijke leren.

Wat als je echt nog nooit hebt geschilderd?

Dan begin je bij het begin.

Niet met een ingewikkeld portret, een groot landschap of een stilleven met vijftien verschillende voorwerpen. Je begint met een onderwerp dat overzichtelijk genoeg is om te onderzoeken.

Een eenvoudige vrucht kan al een complete schilderles bevatten.

Je leert naar de vorm kijken.

Je onderzoekt waar het licht vandaan komt.

Je mengt verschillende kleuren.

Je ontdekt hoe een slagschaduw werkt.

Je leert dat de rand aan de ene kant scherp kan zijn en aan de andere kant zachter.

Zo wordt een eenvoudig onderwerp nooit werkelijk eenvoudig. Het bevat alle bouwstenen die later ook bij grotere schilderijen terugkomen.

Door klein te beginnen, kun je je aandacht richten op het schilderproces zonder te verdwalen in te veel details.

Dat geeft niet alleen rust.

Het geeft je ook de mogelijkheid om werkelijk te begrijpen wat verf doet.

Mag je hulpmiddelen gebruiken bij het schilderen?

Hulpmiddelen kunnen waardevol zijn, zolang je ze bewust gebruikt.

Kunstenaars gebruiken al eeuwen hulpmiddelen om perspectief, vormen en verhoudingen te onderzoeken. David Hockney liet in zijn boek en documentaire Secret Knowledge zien dat oude meesters mogelijk werkten met spiegels, lenzen en de camera obscura.

Over de precieze omvang daarvan bestaat onder kunsthistorici discussie. Maar één ding is duidelijk: een hulpmiddel kan helpen om een vorm op het doek te plaatsen, maar het kan het schilderen niet van je overnemen.

Een lens mengt geen kleuren. Een raster schildert geen licht. En een projector bepaalt niet welke randen scherp moeten blijven en welke juist mogen verdwijnen.

Een hulpmiddel kan je helpen bij de opzet. Het vakmanschap begint bij wat je daarna met verf doet.

Een raster, projector of overdrachtstechniek kan helpen om een complexe afbeelding op het doek te plaatsen. Zeker bij portretten of opdrachten waarbij een precieze gelijkenis belangrijk is, kan dat veel tijd besparen.

Maar een hulpmiddel neemt het schilderen niet van je over.

Het vertelt je niet welke kleur een huidtoon heeft.

Het laat niet zien hoe zacht een schaduw moet worden.

Het bepaalt niet welke randen aandacht nodig hebben en welke juist mogen verdwijnen.

Het leert je niet automatisch hoe je licht, materiaal en ruimte overtuigend schildert.

Een nauwkeurige omtrek is nog geen schilderij.

Daarom hoeft het gebruik van een hulpmiddel je ontwikkeling niet tegen te houden. Het wordt pas beperkend wanneer je stopt met kijken en alleen nog lijnen overneemt zonder te begrijpen wat er in de vorm gebeurt.

De belangrijkste vraag is dus niet:

Heb ik een hulpmiddel gebruikt?

Maar:

Heb ik tijdens het schilderen werkelijk leren kijken?

Schilderen is een vak dat je mag leren

Soms behandelen we creativiteit alsof je haar bij je geboorte wel of niet hebt meegekregen.

Maar schilderen is ook gewoon een vak.

Je kunt leren hoe kleuren zich tot elkaar verhouden.

Je kunt leren hoe licht een vorm zichtbaar maakt.

Je kunt leren hoe je een schilderij opbouwt.

Je kunt leren wanneer je moet doorgaan en wanneer je beter even afstand kunt nemen.

Natuurlijk heeft iedere schilder een eigen aanleg, belangstelling en beeldtaal. Niet iedereen zal op dezelfde manier werken of hetzelfde soort schilderijen willen maken.

Dat hoeft ook niet.

Het doel van schilderles is niet om kopieën van elkaar te maken. Het doel is om je de kennis en vaardigheden te geven waarmee je uiteindelijk je eigen keuzes kunt maken.

Techniek beperkt je creativiteit niet.

Techniek geeft je meer vrijheid om zichtbaar te maken wat je wilt zeggen.

Leren kijken verandert meer dan je schilderij

Wie leert schilderen, ontwikkelt niet alleen technische vaardigheden.

Je oefent ook aandacht.

Geduld.

Concentratie.

Je leert herkennen wanneer je te snel een conclusie trekt. Je leert opnieuw kijken wanneer iets niet klopt. Je ontdekt dat fouten geen bewijs zijn van onvermogen, maar aanwijzingen kunnen zijn dat je iets nog niet volledig hebt waargenomen.

Soms raak je tijdens het schilderen zo geconcentreerd dat de tijd naar de achtergrond verdwijnt. Er is alleen nog het onderwerp, het licht, de verf en de volgende penseelstreek.

In mijn kennisartikel ‘De kunst van het zien’ ga ik uitgebreider in op deze verbinding tussen schilderkunst, waarneming, flow, bewustzijn en trance.

Voor dit artikel is de belangrijkste boodschap eenvoudiger:

Je hoeft niet eerst te kunnen tekenen.

Je mag beginnen met schilderen.

Dus: moet je kunnen tekenen om te leren schilderen?

Nee.

Tekenen kan je helpen om vormen, verhoudingen en composities beter te begrijpen. Het kan je schilderkunst ondersteunen en zich tijdens het schilderen verder ontwikkelen.

Maar je hoeft geen ervaren tekenaar te zijn voordat je met schilderlessen begint.

Wat je wel nodig hebt, is de bereidheid om te kijken.

Om vormen te vergelijken.

Om kleur te onderzoeken.

Om fouten te durven maken.

Om opnieuw te beginnen.

En om jezelf de tijd te geven een vak te leren.

Daarom zeg ik tegen nieuwe cursisten niet:

‘Je moet eerst leren tekenen.’

Ik zeg:

‘Je mag leren kijken.’

Want zodra je werkelijk leert kijken, kan ook je hand leren volgen.

Veelgestelde vragen over leren schilderen

Wie wil beginnen met schilderen, heeft vaak praktische vragen. Moet je eerst kunnen tekenen, heb je talent nodig en mag je hulpmiddelen gebruiken? Hieronder beantwoord ik de vragen die ik als schilderdocent het vaakst hoor.

Kun je leren schilderen als je niet kunt tekenen?

Ja. Tekenen en schilderen hebben verschillende technieken, hoewel ze elkaar wel ondersteunen. Tijdens het schilderen leer je ook vormen en verhoudingen waarnemen. Je kunt deze vaardigheden dus ontwikkelen terwijl je met verf werkt.

Moet je eerst tekenles volgen voordat je schilderles neemt?

Nee. Tekenles kan waardevol zijn, maar is geen noodzakelijke voorbereiding op schilderles. Tijdens een goede schildercursus leer je vanaf het begin hoe je een onderwerp waarneemt, opzet en met kleur en toonwaarden opbouwt.

Is schilderen moeilijker dan tekenen?

Niet noodzakelijk. Tekenen en schilderen stellen verschillende eisen. Bij schilderen krijg je te maken met kleurmenging en de eigenschappen van verf, maar je kunt vormen ook direct met kleurvlakken opbouwen. Wat iemand moeilijk vindt, verschilt per persoon.

Mag je een raster, projector of andere overdrachtstechniek gebruiken?

Ja. Dit zijn hulpmiddelen om een compositie of complexe vorm op het doek te plaatsen. Ze vervangen het schilderen zelf niet. Je moet nog steeds leren kijken naar kleur, licht, schaduw, randen en materiaal.

Heb je talent nodig om realistisch te leren schilderen?

Aanleg kan helpen, maar is niet de belangrijkste voorwaarde. Aandacht, goede uitleg, oefening en de bereidheid om fouten te onderzoeken zijn veel belangrijker voor je ontwikkeling.

Over de auteur

Margreet Blaas is kunstschilder, Master of Realism en docent realistisch schilderen. Vanuit haar atelier in Baarn begeleidt zij cursisten bij het ontwikkelen van vakmanschap, waarneming en een eigen beeldtaal. Binnen Nimis onderzoekt zij samen met Mark Falconer Atlee de verbinding tussen creativiteit, bewustzijn, de menselijke ziel en verschillende vormen van geïnspireerd werken.

Haar uitgangspunt is eenvoudig: schilderen begint niet met talent, maar met de bereidheid om aandachtig te leren kijken.

Bronnen en verdere verdieping

  • Betty Edwards, Drawing on the Right Side of the Brain — over leren tekenen door anders te kijken naar contouren, verhoudingen, licht, schaduw en negatieve ruimte. Officiële website van Betty Edwards
  • Juliette Aristides, Classical Painting Atelier — over de opbouw van realistische schilderkunst, waaronder vorm, toonwaarde, kleur en schildertechniek.
  • James Gurney, Color and Light: A Guide for the Realist Painter — over kleur, licht, schaduw, temperatuur en het zichtbaar maken van volume.
  • The National Gallery, Infrared Examination of Raphael’s Madonna of the Pinks — laat zien hoe een voorbereidende tekening onder de verflagen werd gebruikt en tijdens het schilderen nog werd aangepast. Bekijk het onderzoek
  • The Metropolitan Museum of Art, William Henry Fox Talbot and the Invention of Photography — over de camera lucida en camera obscura als hulpmiddelen voor tekenaars en kunstenaars. Lees het artikel