
De kunst van het zien
Waar schilderkunst, bewustzijn en trance elkaar ontmoeten
Geschreven door Margreet Blaas
Een schilder leert niet alleen een onderwerp schilderen. Een schilder leert zijn eerste indruk los te laten en werkelijk te zien.
Als kunstschilder en docent merk ik steeds opnieuw dat leren schilderen maar voor een deel over verf en techniek gaat. Natuurlijk moet je leren hoe je kleuren mengt, hoe licht en donker een vorm opbouwen en hoe je met penseelstreken een materiaal zichtbaar maakt. Maar daaronder ligt een fundamentelere vaardigheid.
Je moet leren kijken.
Dat klinkt eenvoudiger dan het is. We kijken immers de hele dag. Toch betekent kijken nog niet dat we werkelijk waarnemen. Ons brein herkent razendsnel wat zich voor ons bevindt en geeft het een naam: een peer, een vaas, een hand, een gezicht.
Zodra die herkenning heeft plaatsgevonden, denken we vaak dat we het voorwerp kennen. Maar voor een schilder begint het onderzoek dan pas.
Hoe valt het licht over de vorm? Waar verandert een warme kleur in een koele kleur? Welke kleur heeft de schaduw werkelijk? Wat gebeurt er in de ruimte rondom het onderwerp? En klopt wat ik schilder met wat ik zie, of schilder ik vooral wat ik dénk te zien?
Daarom zeg ik regelmatig tegen mijn cursisten:
Je leert niet schilderen omdat je als kunstenaar bent geboren. Je leert schilderen omdat je leert kijken.
We zien minder dan we denken
Wanneer een beginnende schilder een witte vaas schildert, is de eerste neiging vaak om witte verf te gebruiken. Maar wie langer kijkt, ontdekt dat die vaas helemaal niet alleen wit is.
Aan de ene zijde kan het wit een warme, bijna gele gloed hebben. Aan de schaduwzijde verschijnen misschien blauwe, violette, groene of grijze tonen. De kleur van de omgeving wordt in het oppervlak weerspiegeld. De achtergrond beïnvloedt hoe licht of donker het voorwerp lijkt.
Hetzelfde gebeurt bij een peer. We denken te weten dat een peer groen of geel is, maar op het doek zijn die woorden niet voldoende. De schilder moet onderzoeken hoe de ene kleur in de andere overgaat, waar de ronding zichtbaar wordt en welke kleine verschillen ervoor zorgen dat de peer volume krijgt.
Dat is een van de meest waardevolle lessen van het realistisch schilderen: je leert je aannames herkennen.
Het brein werkt graag met bekende vormen en snelle conclusies. Dat is nuttig in het dagelijks leven, maar tijdens het schilderen kan het ons juist in de weg zitten. Wie alleen schildert wat hij weet, maakt al snel een symbool van een voorwerp. Wie schildert wat hij werkelijk waarneemt, ontdekt licht, kleur, vorm, ruimte en onderlinge verhoudingen.
Werkelijk leren schilderen is daarom ook een oefening in open waarneming.
Wat ik als schilder en docent steeds opnieuw ervaar
Tijdens mijn lessen zie ik vaak een bijzonder moment ontstaan. In het begin is een cursist nog sterk bezig met het resultaat.
Doe ik het wel goed? Lijkt het genoeg? Welke kleur moet ik gebruiken? Wat zullen anderen ervan vinden?
Maar zodra iemand zich werkelijk op het onderwerp concentreert, verandert er iets. De innerlijke commentaarstem wordt zachter. De aandacht verschuift van presteren naar waarnemen.
Er wordt langer gekeken.
Rustiger gewerkt.
Minder snel geoordeeld.
Soms merkt iemand pas na lange tijd dat het stil is geworden in het atelier of dat er uren zijn verstreken. Niet omdat diegene afwezig was, maar juist omdat de aandacht volledig aanwezig was bij het schilderen.
Dat is geen bewijs van een spirituele of mediumistische ervaring. Het is wel een herkenbare verandering in de manier waarop de aandacht wordt gebruikt.
De psycholoog Mihály Csíkszentmihályi beschreef deze volledige betrokkenheid bij een activiteit als flow: een toestand waarin aandacht, handeling en ervaring sterk samenvallen en het besef van tijd tijdelijk kan veranderen.
Voor kunstenaars is dat een herkenbaar verschijnsel. Je bent niet meer voortdurend aan het nadenken óver het schilderen. Je bent aan het schilderen.
Betty Edwards en het leren waarnemen
De Amerikaanse kunstpedagoog Betty Edwards maakte het principe van anders leren kijken bekend bij een groot publiek met haar boek Drawing on the Right Side of the Brain.
Edwards beschreef hoe tekenaars kunnen leren verschuiven van het benoemen en analyseren van voorwerpen naar het rechtstreeks waarnemen van lijnen, vormen, verhoudingen en negatieve ruimte.
De bekende verdeling tussen een creatieve rechterhersenhelft en een analytische linkerhersenhelft wordt tegenwoordig als te eenvoudig beschouwd. Beide hersenhelften werken voortdurend met elkaar samen. Toch herkennen veel kunstenaars de onderliggende ervaring die Edwards probeerde te beschrijven.
Tijdens het tekenen of schilderen verandert de manier waarop je kijkt.
Je kijkt niet langer alleen naar een oog, maar naar de hoek van een lijn, de vorm van een schaduw en de afstand tussen twee vlakken. Je kijkt niet uitsluitend naar het voorwerp, maar ook naar de ruimte eromheen.
Woorden worden minder belangrijk.
Waarneming komt op de voorgrond.
Het bekende wordt opnieuw onbekend en daardoor opnieuw zichtbaar.
Leonardo da Vinci en saper vedere
De uitdrukking saper vedere — weten hoe je moet zien — wordt nauw verbonden met Leonardo da Vinci en zijn manier van werken.
Leonardo was niet alleen schilder. Hij onderzocht anatomie, beweging, water, planten, licht, techniek en de werking van het menselijk lichaam. Tekenen was voor hem geen oppervlakkige registratie van wat hij zag. Het was een manier om de werkelijkheid te bestuderen en te begrijpen.
Zijn kunst en onderzoek begonnen bij nauwkeurige observatie.
Dat principe is nog altijd relevant. Een kunstenaar hoeft niet onmiddellijk een verklaring te hebben voor wat hij waarneemt. Eerst komt het kijken. Pas daarna volgen interpretatie en begrip.
Ook in mijn eigen werk ervaar ik dat waarnemen een vorm van onderzoek is. Wanneer ik lang genoeg naar een onderwerp kijk, zie ik nuances die mij aanvankelijk ontgingen. Het onderwerp verandert niet, maar mijn aandacht verdiept zich.
Daar ligt voor mij de werkelijke betekenis van de kunst van het zien:
niet kijken naar wat je verwacht aan te treffen, maar ontvankelijk worden voor wat er werkelijk aanwezig is.
Is schilderen een veranderde staat van bewustzijn?
Schilderen kan leiden tot een andere kwaliteit van bewustzijn, maar het is belangrijk om zorgvuldig met die woorden om te gaan.
Niet iedere diepe concentratie is trance. Niet iedere flowervaring is spiritueel of mediumistisch. En iemand die tijdens het schilderen de tijd vergeet, bevindt zich niet automatisch in een mediumistische trance.
Wat deze ervaringen wel met elkaar gemeen kunnen hebben, is een verschuiving van aandacht.
De voortdurende stroom van analyseren, benoemen, plannen en beoordelen wordt zachter. Er ontstaat meer ruimte voor directe waarneming, intuïtie en inspiratie.
Ook trance begint bij Nimis niet met het verliezen van controle of het verdwijnen van het eigen bewustzijn. De basis wordt gevormd door rust, concentratie, ontvankelijkheid en het vermogen om de eigen gedachten niet voortdurend te volgen.
Schilderen en trance zijn daarom niet hetzelfde. Maar het aandachtig beoefenen van een kunstvorm kan wel kwaliteiten ontwikkelen die ook binnen trancewerk belangrijk zijn:
- aanwezig blijven;
- geconcentreerd waarnemen;
- innerlijke onrust herkennen;
- oordelen tijdelijk loslaten;
- vertrouwen opbouwen in wat zich aandient;
- ruimte geven aan inspiratie zonder het onderscheidingsvermogen te verliezen.
De overeenkomst ligt dus niet noodzakelijk in de ervaring zelf, maar in de manier waarop de aandacht wordt verfijnd.
Techniek maakt inspiratie zichtbaar
Over inspiratie wordt soms gesproken alsof vakmanschap er niet toe doet. Alsof een kunstenaar alleen maar hoeft open te staan en het werk vervolgens vanzelf ontstaat.
Mijn ervaring is anders.
Inspiratie kan onverwacht komen, maar een kunstenaar heeft technische vaardigheden nodig om die inspiratie vorm te geven. Je kunt iets innerlijk heel sterk ervaren en toch niet over de vaardigheden beschikken om het zichtbaar te maken zoals je het voor je ziet.
Techniek en inspiratie zijn daarom geen tegenpolen.
Techniek geeft inspiratie een taal.
Hoe beter een schilder leert omgaan met kleur, toonwaarde, compositie, vorm en materiaal, hoe meer mogelijkheden er ontstaan om een ervaring, idee of innerlijk beeld op het doek over te brengen.
Dat geldt ook voor geïnspireerd of spiritueel werk. Ontvankelijkheid vervangt het ambacht niet. Het ambacht helpt de kunstenaar om subtiele indrukken zorgvuldig te vertalen.
Inspiratie vervangt techniek niet. Techniek maakt inspiratie zichtbaar.
Creativiteit binnen mediumschap en spiritualisme
Creatieve expressie heeft al lange tijd een plaats binnen het Engelse spiritualisme en verschillende vormen van mediumschap. Er wordt onder meer gesproken over geïnspireerd schrijven, trance writing, spirit art en het schilderen of tekenen vanuit een mediumistische afstemming.
Binnen Nimis maken we daarbij onderscheid tussen verschillende bronnen van creatieve waarneming.
Een beeld kan ontstaan vanuit de verbeelding, herinnering of intuïtie van de kunstenaar. Het kan voortkomen uit een psychische waarneming, waarbij iemand informatie waarneemt vanuit de eigen gevoeligheid of de energie van een ander. Binnen mediumschap kan een kunstenaar een indruk ervaren als onderdeel van een afstemming op de spirituele wereld.
Aan het eindresultaat alleen is niet altijd te zien vanuit welke bron een beeld is ontstaan. Daarom zijn training, zelfkennis en onderscheidingsvermogen belangrijk. Een kunstenaar of medium moet niet alleen leren ontvangen, maar ook leren onderzoeken wat van hemzelf is, wat interpretatie is en welke betekenis redelijkerwijs aan een ervaring kan worden gegeven.
Juist daar ontmoeten kunstenaarschap en bewustzijnswerk elkaar opnieuw.
In beide gevallen is openheid nodig.
Maar openheid zonder onderscheidingsvermogen is niet voldoende.
Is schilderen een spirituele activiteit?
Voor mij kan schilderen een spirituele activiteit zijn, maar niet omdat verf of een penseel op zichzelf spiritueel zijn. Ook hoeft een schilderij geen spiritueel onderwerp te hebben.
Een stilleven met een peer, een koperen kan of een bos bloemen kan net zo goed een oefening in bewustzijn zijn als een schilderij met symbolen, engelen of licht.
Het spirituele bevindt zich niet noodzakelijk in het onderwerp.
Het kan aanwezig zijn in de manier waarop we werken.
Wanneer schilderen ons leert om stil te worden, zorgvuldig waar te nemen en onze snelle oordelen los te laten, verandert niet alleen het schilderij. Er verandert ook iets in onszelf.
We ontdekken hoeveel we invullen.
Hoe snel we denken iets al te kennen.
Hoe moeilijk het soms is om werkelijk aanwezig te blijven.
Maar we ontdekken ook dat aandacht zich laat oefenen. Naarmate we beter leren kijken, worden verschillen in licht, kleur, sfeer en ruimte duidelijker. De wereld wordt niet letterlijk anders, maar we nemen haar vollediger waar.
In die betekenis kan schilderen een vorm van bewustzijnsontwikkeling worden.
De brug tussen schilderkunst en trance
Als kunstschilder werk ik met wat zichtbaar is: licht, vorm, kleur, materiaal en ruimte. Binnen bewustzijnswerk en trance richten we ons ook op wat minder gemakkelijk in woorden te vangen is: innerlijke indrukken, intuïtie, inspiratie en verschillende niveaus van waarneming.
Toch begint zowel schilderen als trance bij iets heel concreets.
Aandacht.
Een schilder leert zien zonder onmiddellijk te oordelen.
Een schrijver leert luisteren naar de zin die zich aandient.
Een musicus leert opgaan in klank en ritme.
Een trancemedium leert de eigen mentale activiteit tot rust te brengen en ontvankelijk te worden, terwijl bewustzijn en onderscheidingsvermogen behouden blijven.
De vorm en het doel verschillen. De onderliggende discipline vertoont overeenkomsten.
Het vraagt oefening om niet iedere gedachte te volgen.
Het vraagt geduld om niet direct conclusies te trekken.
Het vraagt vertrouwen om ruimte te laten voor iets wat nog niet volledig zichtbaar of begrijpelijk is.
Opnieuw leren kijken
In mijn schilderlessen gaat het daarom nooit uitsluitend over het maken van een mooi schilderij.
Het gaat over leren waarnemen.
Over ontdekken dat een schaduw niet zomaar donker is en dat wit bijna nooit alleen wit is. Over zien hoe kleuren elkaar beïnvloeden en hoe een kleine verandering in toonwaarde een hele vorm kan laten ontstaan.
Maar onder die technische lessen gebeurt nog iets anders.
Je leert merken wanneer je kijkt en wanneer je invult.
Je leert herkennen wanneer ongeduld het overneemt.
Je leert opnieuw beginnen wanneer het beeld op het doek niet overeenkomt met wat er werkelijk voor je staat.
En soms ontstaat er tijdens dat proces een moment waarop alles samenvalt: kijken, voelen en handelen. De wereld wordt even kleiner en tegelijkertijd rijker. Er is alleen nog het onderwerp, het licht, de verf en de beweging van het penseel.
Misschien is dat de mooiste verbinding tussen kunst en bewustzijn.
Schilderen brengt ons niet noodzakelijk naar een andere wereld.
Het leert ons deze wereld aandachtiger te zien.
En het brengt ons steeds opnieuw terug naar de plaats waar iedere vorm van bewustzijn begint:
hier, nu en met volledige aandacht.

Over de auteur
Margreet Blaas is kunstschilder, Master of Realism en docent realistisch schilderen. Vanuit haar atelier in Baarn begeleidt zij cursisten bij het ontwikkelen van vakmanschap, waarneming en een eigen beeldtaal. Binnen Nimis onderzoekt zij samen met Mark Falconer Atlee de verbinding tussen creativiteit, bewustzijn, de menselijke ziel en verschillende vormen van geïnspireerd werken.
Haar uitgangspunt is eenvoudig: schilderen begint niet met talent, maar met de bereidheid om aandachtig te leren kijken.
Bronnen en verdere verdieping
- Betty Edwards, Drawing on the Right Side of the Brain
- Mihály Csíkszentmihályi, Flow: The Psychology of Optimal Experience
- Onderzoeksoverzicht: The Role of the Neuroscience of Flow States
- Victoria and Albert Museum: Leonardo da Vinci’s Notebooks